Lucas Gassel van Helmond

Ik had er nog nooit van gehoord. Maar schilderen kon hij. Kunstmuseum Helmond haalt de zestiende-eeuwse schilder Lucas Gassel (ca. 1488-1568/69) uit de vergetelheid. Hij werd geboren in de Brabantse stad, groeide er op en trok al snel naar Antwerpen en Brussel. In de zestiende eeuw was Gassel een bekende schilder. In zijn beroemde Schilder-boeck uit 1604 noemt Karel van Mander hem een ‘vriendelijk en goedhartig man en een aangenaam causeur’. Er zijn op de fraaie tentoonstelling zo’n vijftien paneelschilderijen en een paar tekeningen te zien, ongeveer de helft van zijn bewaarde oeuvre. Daarnaast zijn er werken uit zijn werkplaats en van tijdgenoten en navolgers. Op de voorgrond schilderde Gassel vaak een bijbels verhaal. Maar indrukwekkend zijn vooral de verzonnen, bergachtige landschappen. Met boeren, reizigers, dieren, boerderijen, dorpjes, paleizen, rivieren en schepen. Je komt ogen te kort. Een aantal schilderijen zijn voor de expositie gerestaureerd en onderzocht. Met leuke details. Zo week Gassel wel eens af van de ondertekening. Dat is zelfs met het blote oog mooi te zien op het schilderij de Vlucht naar Egypte.

Info: Lucas Gassel – Meester van het landschap

Spiegel van de Ziel

Spiegel van de Ziel is een bijzondere tentoonstelling in Singer Museum Laren. Eind 19de eeuw was er in Nederland een snelle industrialisatie en modernisering. Steden groeiden en er ontstond een bruisende stadscultuur, zo mooi vastgelegd door George Hendrik Breitner en Isaac Israels. Maar er waren ook schilders die op zoek gingen naar spiritualiteit en bezinning. Het verstilde leven, droombeelden en verborgen symbolen speelden een belangrijke rol. Het levert fantastische schilderijen op in verschillende stijlen zoals het pointillisme, realisme en luminisme. Met onbekende verrassingen: de ophaalbrug van Henri van Daalhoff en de veldprediking, een tekening van Richard Roland Holst. En een aantal pareltjes. De schaapsherderin van Matthijs Maris uit het Rijksmuseum. Neem de tijd en ga eens op het bankje ervoor zitten. Ze lijkt zo uit de waas op je af te komen. Fenomenaal! Twee fraaie pointillistische portretten van Jan Toorop schitteren naast elkaar. Het realistische Pontveer bij Rhenen van Ferdinand Hart Nibbrig is een grandioos 19de-eeuws tijdsportret. En prachtig is ook de kerk in Zoutelande van Piet Mondriaan uit het Tate in Londen, een vroeg meesterwerk. Het Singer Museum is een van mijn favorieten. Er is weer een mooie selectie te zien uit de eigen collectie en in de tuin opmerkelijke sculpturen van de Larense beeldhouwer Pépé Grégoire.

Info: Spiegel van de Ziel – Van Toorop tot Mondriaan

Een ode aan realist Jan Beutener

Museum MORE in Gorssel maakte een fraaie overzichtstentoonstelling over Jan Beutener. Er zijn ruim zeventig schilderijen te zien vanaf 1969 toen de grafisch kunstenaar figuratief ging schilderen. Een opmerkelijke keuze. De uit Amerika overgewaaide popart en de abstracte kunst voerden immers toen de boventoon. Veel heeft Beutener niet geschilderd in vijftig jaar kunstenaarschap. Maar het is een genot om door de drie grote zalen te lopen, wat nog eens wordt versterkt doordat vanwege corona een beperkt aantal bezoekers wordt toegelaten. Beutener componeert zijn realistische schilderijen uit verschillende fragmenten die hij uitvergroot, verkleind of uitsnijdt. Erg bijzonder zijn de zachte, gedempte kleuren. Het maakt het bekijken van de prachtige schilderijen tot een zomers en blij schouwspel met af en toe een vleugje humor.

Info: Jan Beutener – After All

Rivaliteit Breitner – Israels

Ze zetten hun eerste stappen in de schilderkunst in Den Haag en vertrokken in 1886 naar Amsterdam. De twee grootste impressionistische schilders van ons land: George Hendrik Breitner en Isaac Israels. Het Kunstmuseum Den Haag maakte een fraaie tentoonstelling over hun vriendschap en rivaliteit. Israels was de zoon van de bekendste schilder van de Haagse School en gezegend met een enorm talent. Maar Breitner ontpopte zich tot de schilder van het volk en streefde zijn rivaal voorbij die ruim zeven jaar niets op het doek wist te krijgen. De rivaliteit is goed te volgen. Er zijn prachtige schilderijen te zien. Enorme cavaleriestukken, (zelf)portretten en taferelen uit de hoofdstad. Op het eind van de 19de-eeuw ging ieder zijn eigen weg, mooi te zien in de laatste zaal. Israels schilderde portretten en strandtaferelen van de rijken. Breitner stadsgezichten van Amsterdam met vaak bouwwerkzaamheden en schitterende naakten.

Info: Breitner vs Israels – Vrienden en rivalen

De Tranen van Eros

Eindelijk! Vanaf begin deze maand mag iedereen weer met de trein reizen. En dus ben ik na vier maanden weer in een museum! Heerlijk. Meteen een bijzondere tentoonstelling. De Tranen van Eros in het Centraal Museum in Utrecht. Over het surrealisme. Met veel vrouwen, naakten, sex en sadomasochisme. Preutse kunstliefhebbers hebben hier weinig te zoeken! Centraal in de expositie staat Joop Moesman (1909-1988), de Nederlandse surrealistische schilder. Hij werkte ruim veertig jaar als grafisch tekenaar bij de Nederlandse Spoorwegen. In zijn vrije tijd schilderde en tekende hij. Op de twee entresols wordt het verhaal vertelt van Moesman in Utrecht en het Utrechtse kunstenaarsgenootschap Kunstliefde. Ik had al eerder werk van Moesman gezien, maar nog nooit zoveel schilderijen in één keer. Glad geschilderd, soms broeierig, met mooie kleuren. Wel jammer dat een van zijn beste schilderijen, Het Gerucht, niet te zien is. Wat de tentoonstelling, erg fraai ingericht, ook speciaal maakt, is de grote aandacht voor vrouwelijke surrealisten, uit de tijd van Moesman én hedendaags. Voor mij onbekend. Opvallend zijn de kleurrijke schilderijen met nimfachtige vrouwen (maar kijk goed!) van de Belgische Sanam Kathibi en de surrealistische beelden van de Britse Sarah Lucas. Er zijn ook veel surrealistische foto’s te zien uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Natuurlijk het iconische Black and White van Man Ray: fotomodel Kiki de Montparnasse met een zwart Baule-masker uit Ivoorkust . Maar ook de maskers van Jacques-André Boiffard, naakten van Lee Miller en pornografische foto’s van Jindrich Štyrský. Opmerkelijk zijn de erotische portretten van de travestiet Pierre Molinier uit de jaren zestig. In de laatste zaal is een surrealistische animatiefilm te zien van Jon Rafman. Ik heb meer dan twee uur genoten van alle kunstwerken. Een absolute aanrader voor liefhebbers van het surrealisme!

Info: De Tranen van Eros

Vele gezichten van een portret

Er zijn 75 portretten te zien in de tentoonstelling In the Picture in het Van Gogh Museum in Amsterdam. De zelfportretten van Vincent van Gogh vormen de rode draad. Kunstenaars die zichzelf of elkaar portretteren in verschillende rollen. Werkend in het atelier, als persoonlijkheid, bohémien of lijdend. Een aantal portretten springen eruit. Zoals het portret van Lizzy Ansingh door Thérèse Schwartze of het statige portret van Louise Jan Jopling door Sir John Everett Millais. Beide waren schilderessen. Er is een fraai ongedwongen portret van Renoir en van Nils Kreuger als schilder-bohémien. Evard Munch verbeelde het mooiste de lijdende en gekwelde kunstenaar. Julian Schnabel en Francis Bacon maakten prachtige interpretaties van het fenomenale zelfportret van Van Gogh met zijn ingepakte oor.

Info: In the Picture

Meesters uit Wenen

Er zijn schitterende 17de-eeuwse Hollandse en Vlaamse meesters te zien uit de collectie van de Weense Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste. Het universiteitsmuseum wordt gerenoveerd. Mythologische en bijbelse taferelen, stillevens, landschappen, steden, dieren, portretten en bijzondere zelfportretten van Anthony van Dyck en Barent Fabritius. Vooral de laatste zaal is een lust voor het oog. Met olieverfschetsen van Peter Paul Rubens en een fenomenale Besnijdenis van Christus, een model van het altaarstuk voor de jezuïtenkerk Sant Ambrogio in Genua. Enorme dierstukken van Melchior Hondecoeter en Jan Weenix. En een erg grappige bespotting van de katholieke kerk door Jacques Jordaens.

Info: Meesterwerken uit Wenen

Een explosie van kleuren

Het is een explosie van kleuren als je door de benedenzalen van het Kunstmuseum Den Haag loopt. Het recente werk van Rob van Koningsbruggen. Hij noemt zich een ‘landschappelijk schilder’. De verschillende vormen van kegels, cirkels, rechthoeken en waaiers suggereren beweging. Maar het zijn vooral de prachtige kleuren die indruk maken. In de jaren zeventig werd Van Koningsbruggen bekend door zijn veeg- en schuiftechniek. Een met verf besmeerd schilderij schoof hij over een ander doek heen.

Info: Rob van Koningsbruggen – schilderijen 2003 – 2019

Overvol, puur en fantasierijk

Je blijft maar kijken naar de tekeningen, schilderingen en collages van Willem van Genk (1927-2005) in het Outsider Art Museum in de Hermitage in Amsterdam. Stadsgezichten van Moskou, Leningrad, Praag en Rome. Treinstations en vliegtuigen. Alles overvol. Puur. Fantasierijk.  Hij maakte ook met afvalmaterialen trolleybussen en het Arnhemse trolleybusstation. En had een fascinatie voor lange regenjassen. Van Genk is de bekendste Nederlandse Outsider-kunstenaar. Kunst gemaakt door mensen met een psychische of verstandelijke beperking. De tentoonstelling is ingericht door de Vlaamse modeontwerper Walter Van Beirendonck. Een gang met aan de wanden enorme foto’s, filmfragmenten en geluiden van treinen, vliegtuigen, marcherende soldaten en een blaffende hond, geeft toegang tot de bijzondere kunstwerken.

Info: Willem van Genk: Woest

Uit de schaduw van Vermeer

Het is de eerste overzichtstentoonstelling in Nederland over Pieter de Hooch (1629-in of na 1679) in Museum Prinsenhof in Delft. Hij woonde tien jaar in deze fraaie stad en maakte er zijn beste werk. Eerst zogenaamde kortegaardjes, scenes met soldaten en dienstmeiden in herbergen. Maar al snel schilderde hij voor het eerst Delftse binnenplaatsen. Met de Oude en Nieuwe kerk en het stadhuis als herkenbare bakens van de stad. En intieme interieurs met vooral vrouwen die bezig zijn met huishoudelijke taken of de zorg voor kinderen. Het weergeven van licht en ruimte daar was De Hooch erg goed is. Een inspiratiebron voor Johannes Vermeer, die nog wel een treetje hoger staat. Rond 1660 vertrok de zoon van een Rotterdamse metselaar naar Amsterdam. De schilderijen worden wat slordiger. Tuinscénes en interieurs met deftige mensen. Na 1679 is er geen spoor meer van de schilder te bekennen.

Info: Pieter de Hooch – Uit de schaduw van Vermeer