De kracht van kleur

Veel moois is er te zien op de tentoonstelling Kleur Ontketend in het Haagse gemeentemuseum. Tussen 1885 en 1914 krijgt kleur een eigen betekenis in de schilderkunst. Een gezicht mag paars zijn. Bomen rood. Eerst is er de invloed van de Franse impressionisten en Van Gogh. Via de Belgische kunstenaarsgroep Les XX (James Ensor, Theo van Reijsselberghe) komt de nieuwe manier van schilderen in ons land terecht. Rond 1908 met de korte periode van het Amsterdamse luminisme van Jan Toorop, Leo Gestel, Jan Sluijters en Mondriaan. Later ook bij Kees van Dongen. Bekende schilderijen komen langs. Van een aantal schilders waren de laatste jaren solo-tentoonstellingen. Mondriaan behoort tot de eigen collectie van het museum. Minder bekend zijn de schilderijen van Rik Wouters. Ze hangen samen in één zaal. Vlak geschilderd. Ruimtelijk. Paradepaardjes uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen dat aan het verbouwen is. En nog een tip. Let in de zalen niet te zeer op de teksten. Zoals zo vaak zijn die soms tenenkrommend. Kijken en genieten.

Afbeeldingen: Rik Wouters, Jan Toorop, Jan Sluijters, Leo Gestel, Kees van Dongen.

Info: Kleur Ontketend

Winter en ijsplezier in Haarlem

 

Winterlandschappen uit de 19de eeuw. Een kleine en fraaie tentoonstelling in het Teylers Museum in Haarlem. Het genre wordt na een bloeiperiode in de Gouden Eeuw weer populair door Andreas Schelfhout. Zijn romantische schilderijen en prenten zijn een hoogtepunt. Precies geschilderde landschappen en ijsplezier. Je hoort het ijs kraken. Ook de keerzijde van de winter wordt getoond. In 1855 braken door ijsdammen en stuwend smeltwater veel dijken in het midden van ons land. Johan D.C. Veltens schilderde 25 locaties als een soort stripverhaal. Mettertijd worden de onderwerpen naturalistischer en de toets losser. Mauve en Breitner schilderen schapen in de sneeuw en winterse stadstaferelen. Jongkind met minimale verfstreken schaatsers. Prachtig zijn de twee grote schilderijen van Louis Apol. Hij was net als Schelfhout een specialist en ging mee op een expeditie naar Nova Zembla. In het prentenkabinet zijn etsen en tekeningen uit de 17de en 18de eeuw te zien. Mooie prenten van Hendrick Avercamp, Nicolaes Berchem en Jacob van Strij.

Afbeeldingen: Schelfhout, Veltens, Jongkind, Apol en Breitner.

Info: Echte Winters

Pronkstuk uit de 17de eeuw

En daar sta ik dan. Midden in de Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch in Den Haag. Het pronkstuk uit de Gouden Eeuw. Amalia van Solms liet de zaal inrichten als eerbetoon aan haar net overleden man, stadhouder Frederik Hendrik. Onder regie van architect-schilder Jacob van Campen. Twaalf kunstenaars uit de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden werkten tussen 1648 en 1652 aan de doeken, panelen en gewelfschilderingen. Een uniek ensemble in de stijl van Rubens. Kernstuk is Frederik Hendrik als Triomfator van de Vlaamse schilder Jacob Jordaens. Propvol en theatraal. Amalia en haar vier dochters, lauwerkransen in hun handen, kijken naar de stoet. Achter dit doek van Gerard van Honthorst ontdekte men ruim vijftien jaar geleden tijdens de restauratie een geheime deur. Aan de overkant van de zaal schitteren De allegorie op de geboorte van Frederik Hendrik van Cesar van Everdingen en De vijf muzen van Jan Lievens. Wat een kleurenpracht! De doeken met geschilderde arcaden en taferelen uit de triomfstoet zijn weelderig. Het olifantje op het schilderij van Theodoor van Thulden was werkelijk in bezit van de stadhouder. De gids leidt ons in twintig minuten door de kunstwerken in de zaal. Hoog in de koepel kijkt Amalia van Solms toe. Dan moeten we weer naar buiten, gaan de lampen uit, de deuren dicht. Eventjes in het walhalla van Frederik Hendrik.

Info en afbeeldingen: Oranje Zaal

Graffiti in Amsterdam Museum

Een ongewone en fraaie tentoonstelling in het Amsterdam Museum. Graffiti uit New York en Amsterdam in de jaren zeventig en tachtig. De graffiti-kunst begon in New York rond 1970 met teenagers die stadsmuren en metro’s beschilderden, maar later ook in galleries te bewonderen waren. Prachtige graffiti is te zien uit de collectie van de Chinees-Amerikaanse kunstenaar Martin Wong. Werken van Futura 2000, Christopher (Daze) Ellis en Lady Pink, een van weinige vrouwen destijds. In Amsterdam was er eerst de punk-graffiti van Diana Ozon, Dr. Rat en Hugo Kaagman: kleine tags met Edding-stiften. Van Kaagman is een deel van de 60 meter lange houten Stopera-schutting te zien die tussen 1983 en 1985 op het Waterlooplein stond. Jongeren uit Amsterdam-Zuid, zoals Niels Meuleman (Shoe), Boris Tellegan (Delta) en Jasper Krabbé (Jaz), maakten later grote kleurrijke werken. Bij het Leidsebosje werden metro’s getagged. Andere hotspots waren de autotunnel bij het Waterlooplein en de metrotunnels. Leuk zijn de filmpjes met de graffiti-kunstenaars en de persoonlijke spullen, zoals foto’s, spuitbussen, kledingstukken en erg veel schetsboeken. Speciaal voor de tentoonstelling maakte het Engelse kunstenaarsduo The London Police, bekend van de graffiti op de Prinsengracht, een nieuw werk. Ook te zien is een houten paneel met de Slang, afkomstig van het in maart van dit jaar ontruimde Slangenpand aan de Spuistraat.

Info: Graffiti – New York meets the Dam

Afbeeldingen: Slang uit Slangenpand / The London Police / Futura 2000 en Zephyr / Daze / Hugo Kaagman / Jaz