Zalfpotje en listige vrouw

Een heks. Een lelijke vrouw vliegend op een bezem. Roerend in een grote kookpot bij een haard. Een zwarte kat als trouwe bondgenoot. Die beeldentaal danken we aan Pieter Bruegel. Zijn twee 16de eeuwse prenten vormen de basis van De Heksen van Bruegel. Een bijzondere tentoonstelling in Museum Catharijneconvent in Utrecht over heksen in de kunst. Bruegel laat zich inspireren door de monsters van Jeroen Bosch en de boosaardige toverij. Heksen toveren stormen, hagelbuien en overstromingen. De toverij verklaart de misoogsten, religieuze twisten en oorlog. Eerder stond in de afbeeldingen vaak de heksensabbat centraal. Daarvan zijn fraaie prenten te zien van Albrecht Dürer en Hans Baldung Grien. De werken dienen vooral als waarschuwing. De heks als listige, wellustige en quade vrouw. Een makkelijke prooi voor de duivel. Ze wil mannen erin luizen. Veel attributen zijn te zien. Toverboeken, zalfpotjes, messen, dolken, schedels, een bezem, een zwarte kat en een dievenhand. Pronkstuk is de schandhuik met padden, slangen, ratten en hagedissen. Prostituees en overspelige vrouwen in ‘s-Hertogenbosch worden hierin te schande gezet en op een vuilniskar door de stad gereden. Lugubere verklaringen van heksen tijdens de vele processen zijn te horen. In de Noordelijke Nederlanden wordt in 1608 de laatste heks verbrand. Maar de vervolgingen in Europa stoppen pas in de tweede helft van de 18de eeuw. Bruegel is een bron voor veel 17de eeuwse Hollandse en Vlaamse kunstenaars. Er hangt een overvloed aan schilderijen op de tentoonstelling. Het wordt amusement voor in de huiskamers van de elite. Frans Francken II laat voor het eerst rijk geklede dames als heks zien. Bijna lieflijk is de jonge vrouw met blauwe rok van David Teniers II. Te midden van akelige, monsterlijke wezens leert ze de toverkunsten. Straks is het haar beurt…

Info: Museum Catharijneconvent

 

Ochtendlicht en vieze voeten

De aartsvaders van het expressionisme naast elkaar op de tentoonstelling Munch: Van Gogh in Amsterdam. Mooi om te zien. Een wereld van verschil in techniek. Edvard Munch is virtuoos, krast en veegt. Vincent van Gogh zet doelbewust kleurrijke streepjes. Veel schilderijen van de Nederlander kende ik al. De Boer en de Italiaanse waren nieuw voor me. Adembenemend die felle kleuren. Van Munch zag ik de meeste werken voor de eerste keer. In het Zieke Kind is zijn manier van schilderen goed te zien. De meisjes op de brug oogt melancholisch. Eenvoudig, een tikkeltje mysterieus, is de tekening van het meisje met de handen. Maar mijn favoriet: de Morgen. Zijn eerste grote werk. Een mijlpaal in het kunstenaarschap van de Noor. De kleurstelling van het ochtendlicht, het prachtige wit en blauw, de compositie, de vieze voeten. Alles klopt in dit vroege juweeltje.

Witte reliëfs en veel meer..

Abstracte reliëfs van karton en papier. Smetteloos wit geschilderd. Opgehangen tegen spierwitte muren. Niets anders in de zalen. Een speciale ervaring in het Stedelijk Museum Schiedam. Het is een unieke dubbeltentoonstelling, samen met Museum Prinsenhof in Delft, over Jan Schoonhoven (1914-1994). In de jaren zestig lid van de Nederlandse Nulgroep. Iedere kunstliefhebber heeft wel eens zo’n wit reliëf gezien. Minder bekend is ander werk van Schoonhoven. Nu allemaal bijeen gebracht. Het geeft een prachtig beeld van zijn ontwikkeling. Boeiend. In Delft zijn de vroege tekeningen in de stijl van Paul Klee te zien, vijf bidprentjes, een apostelhuisje van papier-maché, foto’s uit Delft en twee enorme linoleum-werken. Grappig is een filmpje waarin Schoonhoven vanuit zijn huis in Delft naar het station loopt. Op weg naar zijn werk bij de PTT in Den Haag. Een vrijetijds-kunstenaar was hij. In Schiedam imponeren de gekleurde reliëfs uit de jaren vijftig. En erg veel tekeningen op de zolder. Eerst strak, geometrisch, later met een expressieve toets. Kunst die iedereen begrijpt.

Info: Stedelijk Museum Schiedam en Museum Prinsenhof

William Turner is fenomenaal!

Ik heb even getwijfeld. Uiteindelijk ben ik op de slotdag toch naar de tentoonstelling over William Turner (1775-1851) geweest in het Rijksmuseum Twente in Enschede. De opzet is hetzelfde als in De Fundatie in Zwolle. In Enschede zijn de onderdelen aarde en lucht te zien. Mijn kritiek blijft gelijk (blog 5 oktober). Maar Turner verzuipt minder tussen de andere kunstwerken. Zijn schilderijen en aquarellen schitteren hier nóg meer. Wat deze schilder met verf doet, grenst aan het sublieme! Het licht, de kleuren, het bijna mystieke. Fenomenaal! Dat had ik toch niet willen missen.