De schilder Herman Brood

Ik hou er wel van. Grote, kleurrijke schilderijen. Eenvoudig. Snel op het doek gezet. Een vleugje Cobra. Geïnspireerd door pop-art kunstenaar Robert Rauschenberg en abstract-expressionist Jackson Pollock. Herman Brood (1946-2001) als schilder en tekenaar. Een leuke tentoonstelling in het kleine Museum Jan van der Togt in Amstelveen. Erg grappig zijn de tekeningen. Of de brief die de popartiest maakte toen hij vast zat. Zijn zelfbeeld, visioenen, plannen voor een kinderboek of gevangenisroman. Hilarisch! Een aanrader voor iedere Brood-liefhebber. Info: Museum Jan van der Togt

Monumentale betonreliëfs

Wie de naam Cobra hoort, denkt aan Karel Appel, Constant en Corneille. Een kunstenaar van het eerste uur was Hans Wiesman (1918-1988). Op drie locaties is er de tentoonstelling Sprekende Kleuren over zijn werk. Ik was in Haarlem. Zijn monumentale gekleurde betonreliëfs en muurschilderingen komen aan bod in het ABC Architectuurcentrum. Uit de wederopbouwperiode. Bijzondere kleuren. Vliegende vogels. Op de stoep staat een stuk van het oorspronkelijke betonreliëf van het Arbo Unie-gebouw in de stad. Gered van de sloper. In een deel van de voormalige Haarlemse St. Petrus LTS zijn het betonreliëf en de wandschilderingen in de aula en trappenhal bewaard gebleven. Het meeste werk is vernietigd. In de tentoonstelling zijn dan ook vooral voorstudies te zien. En veel krantenartikelen over zijn werk. Het geeft een boeiend beeld van een vergeten Cobrakunstenaar. In het ernaast gelegen Museum Haarlem worden in twee zalen schilderijen en enkele beelden getoond. Taferelen over muziek en carnaval. Kleurrijk.

Info: Sprekende Kleuren en Hans Wiesman

Het edele schildersambacht

Cornelis le Mair, een leven in schilderijen. Het is de kleinste tentoonstelling die ik ooit heb gezien. Twee zalen in Museum Slager, vlak achter de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. Portretten, stillevens en tekeningen. Cornelis le Mair (Eindhoven, 1944) schildert in een traditioneel-ambachtelijke stijl. Zijn stillevens doen denken aan de oude meesters. Het drieluik Allegorie op de Kunsten aan de prerafaëlieten. Het is niet erg vernieuwend. Maar hij kan erg goed schilderen. Vooral de portretten zijn fraai. Van zijn ouders, een zelfportret in 17de eeuwse stijl en prachtige beeltenissen van vrouwen. Cornelis le Mair is een veelzijdig kunstenaar. Midden in de grote zaal staat achter glas een maquette van een Orangerie. Sprookjesachtig, een onderdeel van zijn fantasiepaleis Vanitas. Hij maakt ook meubels en muziekinstrumenten. Die zijn niet te zien. Jammer. Het had de tentoonstelling iets completer gemaakt.

Info: Cornelis le Mair en Museum Slager

Skeletten in Beelden aan Zee

Het valt een beetje tegen. De tentoonstelling Skelet de armatuur van het lichaam in de hedendaagse beeldhouwkunst in Museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Er komen verschillende thema’s aan bod in de kleine expositie zoals Vanitas, Anatomie en Religie. De tekstborden zijn erg wollig. Ook is niet helemaal duidelijk welke kunstwerken bij welk thema horen. Gelukkig zijn er wel enkele bijzondere creaties te zien. De twee keverschedels met opgezette dieren van Jan Fabre. De morbide skeletten van Carolein Smit. Moeder en kind: de van takken gemaakte zwarte ribbenkasten van de Zuid Afrikaanse kunstenaar Gerhard Marx. De mummie met tatoeages van Jonathan Marshall. Gemaakt naar Ötzi, de man in de prehistorie die in de Alpen vermoord werd met een vuurstenen pijl in zijn sleutelbeen. En het lugubere vrouwelijke skelet van Urs Fischer. De houding doet sterk denken aan de naakten van de Italiaanse schilder Modigliani.

Miró en Cobra in Amstelveen

Miró & Cobra. Een fraaie tentoonstelling in het Cobra Museum in Amstelveen. Voor het eerst zijn zoveel werken van Joan Miró (1893-1983) en Cobra samengebracht. Een verrassende combinatie. Van de Catalaan zijn schilderijen, tekeningen, keramiek en beelden te zien. Van de jaren twintig tot het begin van de jaren tachtig. Bijzonder zijn een aantal sjabloondrukken van de oorspronkelijke serie Constellations. De prachtige werken op papier zijn gemaakt tegen de achtergrond van de Spaanse Burgeroorlog. Bij binnenkomst staat een reconstructie van het atelier van Miró op Mallorca met onafgemaakte schilderijen. Van de Cobra-kunstenaars, zoals Karel Appel, Constant, Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en Carl-Henning Pedersen, is de verscheidenheid aan kunstwerken net zo groot. De verwantschap tussen Miró en Cobra is evident. De kinderlijke beeldtaal. De eenvoudige vormen en het gebruik van gevonden voorwerpen. De vogel als symbool. De fascinatie voor de maskers en tekeningen van primitieve culturen. En net als de Cobra-kunstenaars experimenteert Miró veel met materialen en technieken. Soms wordt net iets té geforceerd een link gelegd met Cobra. Vooral Miró’s schilderijen hebben een duidelijk eigen karakter. Die worden ook steeds abstracter. Opvallend is het hoekje over de laatste Cobra-tentoonstelling in 1951. In Luik hing het schilderij Vrouwen, manen, vogels van Miró uit 1950 naast zes werken van Karel Appel. Vier Appels zijn in Amstelveen te zien. Helaas ontbreekt die éne Miró. Maar gelukkig zijn van de Spaanse kunstenaar genoeg andere mooie werken te zien.