Franse Modernisten in Laren

Het is een beetje hoppen van de ene naar de andere kunstenaar bij de Franse modernisten in museum Singer Laren. Zonder erg veel houvast. Maar te genieten valt er genoeg bij de selectie uit de schilderijen en prenten van het Musée d’art moderne de Troyes. Het echtpaar Pierre en Denise Lévy schonk de stad in Noord-Frankrijk hun verzameling. Een keur aan bekende en minder bekende kunstenaars is te zien. Een dwarsdoorsnede uit honderd jaar Franse schilderkunst. En werk van de Ecole de Paris, een groep buitenlandse kunstenaars in Parijs. De kleurrijke fauvistische schilderijen zijn het mooiste. Zoals het prachtige portret van Claudine Voirol van Kees van Dongen. Het fraaie Hyde Park van André Derain en de mierzoete schilderijen van Maurice Marinot. Van Gauguin hangt er een mooi portret van een Tahitiaans meisje. Raadselachtig is het kubistische De verovering van de lucht van Roger de la Fresnaye. Beklemmend het naoorlogse Atelier van Bernard Buffet.

Juweeltjes uit Roemenië

In het Noordbrabants Museum in Den Bosch zijn vijftig Vlaamse en Hollandse schilderijen te zien uit het Brukenthal Museum in de Roemeense stad Sibiu. De collectie is aangelegd door baron Samuel von Brukenthal (1721-1803), voor de Donaumonarchie gouverneur van Sibiu en Transsylvanië. In de eerste zaal  hangen in vitrines een aantal juweeltjes van de Vlaamse primitieven. Het kleine paneeltje van Jan van Eyck, Een man met de blauwe tulband. Hans Memlings Een vrouw met haar hondje. En het lugubere zelfportret van Albrecht Bouts. Van de latere werken vallen vooral de nog steeds felle kleuren van de bloederige kindermoord in Bethlehem van Pieter Brueghel de Jonge op. In de overige drie zalen zijn de werken van veel mindere kwaliteit. Maar ook hier valt nog voldoende te genieten. Zoals Jacob Jordaens lieflijke schets van drie vrouwen en een kind. En de grappige zeventiende eeuwse genrestukken van David Teniers de Jonge en Frans van Mieris de Oude.

Prostitutie in Franse kunst

Zonder moralisme, stiekem. Zo verbeelden kunstenaars Parijse hoeren tussen 1850 en 1910. Het Van Gogh Museum in Amsterdam maakte er een leuke tentoonstelling over. De prostitutie was sterk gereguleerd. ’s Avonds na het aansteken van de gaslantaarns mochten geregistreerde hoeren op zoek naar hun klanten. De meeste contacten verliepen echter in het geheim. Dat levert grappige schilderijen op met subtiele verwijzingen. Van een wasvrouw, bloemenmeisje en winkelbediendes. Vrouwen in cafés, theaters en zelfs balletdanseressen in de coulissen van de opera. Courtisanes lieten zich met pracht en praal afbeelden. Maar ook hier met een kwinkslag. Louisa Valtesse oogt als een burgerlijke dame, de tijdgenoot wist wel beter. In haar wandelstok had ze een zweep (‘de kat met de zes staarten’verborgen. Op de bovenverdieping komt het bordeel aan bod. Gesloten pensions, waar de hoeren verplicht woonden. Prachtige werken van Henri de Toulouse-Lautrec. Onthullende poses van prostituees die zich aankleden, opmaken, wachten en de medische controle ondergaan. Pas na zijn dood kwamen ze in de openbaarheid. Bijzonder zijn de eerste pornografische fotootjes en de hoerenreclame: foto’s, gidsjes, visitekaartjes en zelfs muntjes, die uitgedeeld werden in cafés en op treinstations. Na de eeuwwisseling werden de schilderijen minder verhuld, expressief en kleurrijk. Fraai is Picasso’s portret van een prostituee met syfilis, zonder pardon door de politie geïsoleerd in de gevangenis Sint Lazare. Voor tijdgenoten nog steeds provocerend zijn de hoerenportretten van Jan Sluiters, Kees van Dongen en André Derain.

Info: Lichte Zeden. Prostitutie in de Franse kunst 1850-1910

 

 

De vlugge penseelstreken van Thomas Gainsborough

Thomas Gainsborough (1727-1788) was in de pruikentijd een gevierd portrettist van de Engelse adel. Grote doeken, gladjes geschilderd. Emotieloos. Het gaf hem weinig voldoening. Hij werd  stapelgek van het schilderen van die ‘idiote adel’. Liever maakte Gainsborough landschappen. Maar ook de portretten van familie en vrienden verraden veel schilderplezier. Het Rijksmuseum Twente in Enschede maakte hierover een leuke tentoonstelling. In vier zalen hangen landschappen en portretten in een losse en expressieve stijl. Geschilderd met vlugge penseelstreken. Zijn tijd ver vooruit. Pronkstukken zijn de portretten van zijn twee dochters, ooit door midden gesneden, en van zijn schoonzoon Johann Christian Fischer, in een sierlijke, bijna dromerige pose. Maar er zijn meer hoogtepunten. Zoals het zelfportret, geschilderd een jaar voor zijn dood. Kleine blauwe streepjes in het haar geven de schaduw aan. De harpiste en zangeres Louisa Skrine oogt fijngevoelig en virtuoos. En het portret van zijn vriend en componist Johann Christian Bach is subliem geschilderd. Erg amusant zijn de fragmenten van zijn brieven. Kostuums, muziekinstrumenten, een stoompomp, twee wereldbollen en wetenschappelijke attributen brengen je voor even terug in de eeuw van de Verlichting.

Info:  Gainsborough in his own words