China en Roodharige Barbaren

China en De Republiek in de 17de eeuw. Een interessante tentoonstelling in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Vier zalen met schilderijen, prachtige tekeningen, modellen en porselein. Nederlanders kwamen in 1601 voor het eerst in China. Ze probeerden de Portugezen te verdrijven van Macau. Maar kregen nooit vaste voet aan de grond. Handel werd gedreven vanuit Java en korte tijd vanuit Fort Zeelandia op Formosa, het huidige Taiwan. Tot de Chinees Koxinga het eiland na een lang beleg veroverde. De westerse kijk op China, maar ook het westen gezien door Chinese ogen. Daar gaat het over in de expositie. Er waren wederzijdse vooroordelen, maar ook bewondering. De Hollanders waren gefascineerd door de Chinese cultuur, hun porselein, de kleine schepen en kennis van de astrologie. Op 17de-eeuwse stillevens is vaak Chinees porselein te zien. Zelfs op de plinttegels in de gang van het museum staan Chinezen afgebeeld. Fraai zijn de prenten uit de twee publicaties over China. Erg boeiend is de prachtige tekening over de strandrit met een nagebouwde Chinese zeilwagen. Met Hugo de Groot en stadhouder Maurits van Oranje. Een model van de zeilwagen is ook te zien. De Chinezen noemden de Hollanders Roodharige Barbaren met hun vreemde pofbroeken, laarzen en lange neuzen. Fraai afgebeeld op een rolschilderij. Maar de Chinezen bewonderden de vuurwapens en de telescopen en uurwerken van de Jezuïeten. Eén van hen, Ferdinand Verbiest, kreeg zelfs toegang tot de Verboden Stad in Peking.

Info: Barbaren & Wijsgeren. Het beeld van China in de Gouden Eeuw

Advertenties

Twee schilders uit Hengelo

 

Een boeiende tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. De enerverende levens van twee schilders uit Hengelo. Vóór de Tweede Wereldoorlog buurjongens, maar al snel scheiden hun wegen zich. Theo Wolvecamp (1925-1992) duikt onder, gaat na de oorlog naar Amsterdam, raakt betrokken bij de Cobra-beweging en vertrekt met Karel Appel naar Parijs. Een depressie en overmatig drankgebruik doen hem weer terugkeren naar Hengelo. Eef de Weerd (1926-1989) wordt in de oorlog tewerkgesteld in Duitsland en gaat vervolgens voor meer dan drie jaar als militair naar Nederlands-Indië. Hij krijg een geestelijke inzinking, wordt opgenomen in een kliniek in Wolfheze en keert uiteindelijk ook weer terug naar Hengelo. De vrienden blijven schilderen, zien elkaar vaak, maar echt succes blijft uit. Wolvecamp beleeft zijn hoogtepunt in de vroege jaren zestig met prachtige abstract-expressionistische schilderijen. De Weerd maakt juist aan het einde van zijn leven de krachtigste werken.

Info: Wolvecamp & De Weerd – Geestdrift voor de schilderkunst

 

 

 

 

Ontbijtjes uit de Gouden Eeuw

Het is een lust voor het oog. De 22 maaltijdstillevens in het Mauritshuis in Den Haag. De kazen, amandelen, oesters, fruit, Chinees porselein, tinnen schotels en roemers. Het is meesterlijk geschilderd. De ‘ontbijtjes’ of ‘banketjes’ zijn gemaakt tussen 1600 en 1640. Antwerpen en Haarlem waren de centra. Er zijn bekende werken uit het Rijksmuseum, Mauritshuis en het Frans Halsmuseum te zien. Maar ook schilderijen uit het Madrileense Prado en de National Gallery of Art in Washington. Handig is het kleine museumboekje. Eenvoudige teksten. Geen ingewikkelde verhandelingen over verborgen morele of religieuze boodschappen in de schilderijen. Een verademing. Gewoon lekker genieten van wat je ziet.

Info: Slow Food: Stillevens uit de Gouden Eeuw

Tekeningen van Jan Sluijters

Jan Sluijters (1881-1957) schilderde kleurrijke, fauvistische schilderijen. Minder bekend is zijn grafische werk. Het Drents Museum in Assen laat in een kleine tentoonstelling tekeningen, aquarellen, boekillustraties en affiches zien. Met mooie naakten en een grappig zelfportret nadat de jury van de Prix de Rome zijn beurs stopzette. De werken van Sluijters waren te frivool. Hij trok zich er gelukkig niets van aan. Heel speciaal zijn de ansichtkaarten. Sluijters stuurde ze aan Bertha Langerhorst, zijn eerste vrouw. Van hun eerste ontmoeting in 1899 tot aan hun huwelijk in 1904. Kleurrijk met korte, haastig geschreven teksten. De spotprenten die Sluijters tussen 1915 en 1919 maakte voor het tijdschrift De Nieuwe Amsterdammer had ik al eens eerder gezien. Bloederige lichamen, legers die alles verwoesten, gewetenloze politici. De oorlogprenten blijven indrukwekkend.

Info: Jan Sluijters – Werk op papier