Kasteel en park Rosendael

Groen hemeltjen op aerd‘. Zo noemde de dichter-staatsman Constantijn Huygens in 1678 het park van kasteel Rosendael vlakbij Arnhem. Vijvers, kanaaltjes, watervalletjes en fonteinen. En dat is nog steeds zo. Een genot om er op een zomerse dag rond te dwalen. Erg fraai zijn de schelpengalerij en de bedriegertjes. Net als de theekoepel en de cascade met de stroomgoden in 1721 aangelegd door Daniel Marot. In de schelpengalerij zijn meer dan zestig soorten schelpen en koralen verwerkt. Zeker ook de moeite waard is het kasteel, dat bestaat uit een enorme donjon uit 1412 en een later aangebouwd woonhuis, koetshuis en stal. Ooit nog bewoont door de hertogen van Gelre en tot 1977 het bezit van adellijke families. De vertrekken zijn te bezoeken met een gids. Het gereconstrueerde interieur brengt je terug in 1920. Maar het zijn vooral de 18de-eeuwse restanten die de aandacht trekken. Zoals de Torenzaal van de Donjon met een prachtige marmeren hoekfontein. Tijdens feesten, onder meer in 1766 voor en met stadhouder Willem V,  stroomde daar wijn naar beneden. Een trucje van bedienden via een geheim trappetje aan de achterkant. In de bibliotheek op de eerste verdieping, met een uitzicht op de lichtkoepel van de Donjon, staat een bijzonder 19de-eeuws poolbiljart. In de Keppelskamer, één van de vertrekken van het woonhuis stond ooit een ander pronkstuk: een vroeg-18de-eeuws hemelbed. Na de oorlog, toen het kasteel flink werd beschadigd, overgedragen aan het Rijksmuseum. Een erg leuke animatie geeft toch een klein inkijkje. Ook in de enorme keuken in het souterrain zijn 18de-eeuwse elementen bewaard gebleven, zoals de hardstenen aanrecht, de stenen spoelbakken en de grote keukenkast met glazen deuren.

Info: Kasteel en park Rosendael

 

Advertenties

Hongaarse avant-garde kunst

Een verrassende tentoonstelling. Joodse avant-garde kunstenaars uit Hongarije. In het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Negentien schilders. Veelal onbekend. Drie generaties.  Ze lieten zich inspireren door het Franse fauvisme en kubisme, Duitse expressionisme en Italiaanse futurisme. Portretten, landschappen en stillevens. De leden van de groep De Acht (1909-1918) waren de baanbrekers. Schilders zoals Róbert Berény en Lajos Tihanyi. Velen speelden een rol in de mislukte communistische opstand in 1919 en gingen in ballingschap in Parijs, Wenen en Berlijn. De tweede generatie kreeg onder het anti-semitische regime van Miklós Horthy te maken met uitsluiting, gevangenschap en deportatie. Maar in hun werk is daar niets van te merken. Armand Schönberger legde het nachtleven in Boedapest vast. En één van de hoogtepunten is het prachtige zelfportret van Hugó Schreiber. Geschilderd op karton. Zelfverzekerd. Kleurrijk, met dikke verfspatten. Na de oorlog richtte een kleine groep joodse kunstenaars de Europese School op. Zoals Lili Ország. Pas bij haar zijn het duidelijkst de sporen van de Holocaust zichtbaar.

Info: Van fauvisme tot surrealisme. Joodse avant-garde kunstenaars uit Hongarije.

 

Grafisch werk Werner Tübke

Werner Tübke (1929-2004) was de belangrijkste schilder in de DDR. Begin dit jaar waren zijn schilderijen te zien in Zwolle. Zie mijn blog van 13 februari. Maar Tübke was niet alleen een virtuoos schilder, ook een geweldig tekenaar. In Kasteel Het Nijenhuis in Heino zijn tekeningen en kleurrijke aquarellen te bewonderen. Het begint met prachtige studies voor zijn schilderijen. Daarna volgen in aparte zalen zelfportretten, naakten, landschappen en portretten.

Info: Werner Tübke – Tekeningen en aquarellen

Gerard Hordijk herontdekt

Gerard Hordijk (1899-1958). Hij was een vriend van Piet Mondriaan en zijn onderbuurman in Parijs. Ondersteunde De Stijl-kunstenaar financieel. Zijn abstracte werken werden amper verkocht. Hordijks figuratieve schilderijen waren wel in trek. Hij kreeg ook veel opdrachten voor muurschilderingen. Later werd dat anders. Mondriaan werd wereldberoemd. Hordijk vergeten. In het Stijl-jaar reden voor Museum Flehite in Amersfoort om hem weer voor het voetlicht te brengen. Kunsthandelaar Marcel Gieling herontdekte in 2006 veel werk van Hordijk in het vervallen Amerikaanse huis van diens zoon. Hij was geïnspireerd door Henry Matisse en Raoul Dufy. Veel zachte kleuren. Stadsgezichten uit Parijs en New York. Portretten. Scenes uit het circus. Strandtaferelen. Stillevens. Op de zolder van het museum zijn tekeningen te zien, schetsboekjes, nieuwjaarskaarten, kostuumontwerpen voor opera’s en een brief van Mondriaan. Niet alle werken zijn even goed. Hordijk was weinig vernieuwend. Maar het is wel een veelzijdige expositie geworden. Met een aantal pareltjes. Zoals het portret van Mondriaan. Zijn beste werk. Het ietwat vreemde portret van schilderes Maaike Braat. Een blik op Place de La Concorde in Parijs. En een aantal fraaie aquarellen.

Info: Gerard Hordijk. Buurman en vriend van Piet Mondriaan.