Figuratieve kunst uit Amerika

The American Dream in het Drents Museum in Assen. Een verrassende tentoonstelling. De naoorlogse figuratieve Amerikaanse schilderkunst is toch meer dan Edward Hopper, Alice Neel, Andy Warhol en Roy Lichtenstein. The Morning Sun van Hopper is zonder twijfel het pareltje van de expositie. Mysterieus. De verstilling. Je kunt er uren naar kijken. Maar er zijn veel verschillende kunstenaars te zien. Met voor mij veel onbekende schilders. En een aantal fraaie werken. Zoals de naakte negerin, die eigenlijk blank was, van Andrew Wyeth. De dame in het café van Rafael Soyer. Je voelt bijna de eenzaamheid. Erg fraai getroffen. Bijzonder zijn ook de fotorealistische schilderijen. Een middagje Central Park van Stone Roberts. Of het geschilderde afval van Idelle Weber. Een onverhulde  kritiek op onze consumptiemaatschappij.

Info: The American Dream

Advertenties

Humor in de 17de eeuw

Het is de laatste dag van de tentoonstelling. Erg druk. Maar het overzicht is fraai van de humor in de 17de-eeuwse schilderskunst in het Frans Hals Museum. Een grappig volkje waren de Hollanders in de Gouden Eeuw. Zatlappen, ondeugende kinderen, malle dandy’s, losbandige keukenmeiden, kwakzalvers. Bekende schilders zijn er te zien, zoals Jan Steen, Frans Hals, Judith Leyster, Jan Miense Molenaer, Adriaen Brouwer en Gerard van Honthorst. En best veel mooie schilderijen uit buitenlandse musea. De humor is voor de museumbezoeker niet altijd meer goed herkenbaar. Ik zie weinig lachende gezichten. Maar de tekstbordjes en uitgeprinte teksten bieden uitkomst. Leuk detail: in een vitrinekast liggen negen 17de-eeuwse moppenboekjes.

De Kunst van het Lachen. Humor in de Gouden Eeuw.

 

Vier Realisten in Gorssel

Vier Realisten. Erg fraai bij elkaar gebracht in Museum More in Gorssel. Uit verschillende tijden. Floris Verster (1861-1927) schilderde vooral enorme bloemstukken. Het mooiste van Jan Mankes (1889-1920) zijn de kleine portretten en dierstukken. Dick Ket (1902-1940) is bekend geworden met de kubistische stillevens van bovenaf. En de hedendaagse kunstenaar Henk Helmantel schildert prachtige stillevens en kerkinterieurs die erg lijken op hun zeventiende-eeuwse voorgangers. De vier schilders hebben allemaal een zekere verstilling in hun werken gemeen. Verhelderd voor de samenstelling van de expositie is ook het korte filmpje aan het slot. Hierin legt Helmantel uit hoe de drie andere schilders hem hebben beïnvloed.

4 Realisten. De Serene blik.

 

Melle, visionair schilder

Op de valreep tekeningen, aquarellen en fraaie schilderijen gezien van Melle Oldeboerrigter (1908-1976). Een kleine tentoonstelling in het Museum Heerenveen. Melle is niet zo bekend geworden als zijn tijdgenoten Pyke Koch, Carel Willink en Moesman. Surrealistisch of magisch-realistisch kun je zijn werk niet noemen. De Amsterdammer begon als tekenaar voor het anarchistische blad De Moker. In het interbellum was hij typograaf en letterzetter bij verschillende drukkerijen. Na de oorlog maakte hij tekeningen voor het socialistische weekblad De Vlam en was hij docent aan de Gerrit Rietveld Academie. Pas in 1936 begon Melle met schilderen. Bizarre schilderijen, vol met vreemde figuren, kinderen, dieren en soms zelfportretten. De natuur, de dood, verderf en maatschappijkritiek als thema’s. Hij noemde zich zelf een visionair schilder. De werken hebben wel iets weg van Jeroen Bosch. Afgezien van de vele fallussen dan. Het werd zijn handelskenmerk. Midden jaren vijftig een reden voor directeur Willem Sandberg van het Stedelijk Museum om zijn schilderijen te weigeren. Prachtig is zijn kleine, laatste schilderij, een Dood Jongetje. Onvoltooid gebleven.

Info: Melle, visionair schilder