De Ploeg: een explosie van kleur

Het Groninger Museum pakt uit met een fraaie tentoonstelling over Kunstkring De Ploeg. In 1918 opgericht door jonge Groningse kunstenaars. Ze waren geïnspireerd door Vincent van Gogh en zetten zich af tegen de 19de-eeuwse kunst van De Haagse School. Met grootheden als Josef Israëls en Hendrik Willem Mesdag, beide geboren Groningers. De Ploeg was breed opgezet met schilders, beeldhouwers, architecten, musici en literatoren. Maar de schilders domineerden. Jan Wiegers, Johan Dijkstra, Hendrik Werkman, Jan Altink, Jan Jordens, Alida Pott, George Martens en Wobbe Alkema. Wiegers was in 1920 tijdens een gezondheidskuur in Davos bevriend geraakt met Ernst Ludwig Kirchner van de Duitse expressionistische groep Die Brücke. En introduceerde een nieuwe schilderkunst in Groningen met felle kleuren. Het stadsleven, naakten, portretten en ook landschappen. De zalen met deze schilderijen springen er uit op de tentoonstelling. Een prachtige explosie van kleur.

Info: Avant-garde in Groningen. De Ploeg 1918-1928

Kunst uit het oude Iran

Een bijzondere tentoonstelling in het Drents Museum in Assen. Zo’n tweehonderd archeologische vondsten uit Iran. Gouden drinkbekers, sieraden, aardewerk, keitabletten met spijkerschrift, bronzen beelden en reliëfs. Uit verschillende perioden van de Iraanse oude cultuur. De kunstvoorwerpen zijn afkomstig van het National Museum of Iran in Teheran. Imposant is ook het op ware grootte nagebouwde rotsreliëf van Bisotun. Koning Darius de Grote liet het in 520 v. Chr. aanbrengen. Met inscripties in drie verschillende talen: Oud-Perzisch, Babylonisch en Elamitisch. Het overwinningsreliëf markeert het begin van het machtige Perzische Rijk (559 – 330 v. Chr.).

Info: Iran. Bakermat van de beschaving.

Kleurrijke naakten De Lussanet

Fraaie nieuwe schilderijen van Paul de Lussanet. In Museum More in Gorssel. Veelal naakte vrouwenfiguren. Losse kleurvlakken. Soms is de witte ondergrond nog te zien. De werken doen een beetje denken aan de vrouwenportretten van Willem de Kooning. Maar met dunnere verflagen, minder wild. Lussanet (1940) wordt gezien als één van de laatste Larense bohémien-schilders. Hij kreeg in de jaren zestig les van de Weense expressionist Oskar Kokoschka en debuteerde met surrealistische portretten van modellen. Woonde en werkte in Parijs. En regisseerde ook de films Mysteries (1978) en Lieve Jongens (1980). Niet met veel succes. En dus keerde hij weer terug naar Laren en de schilderkunst met naakten, portretten, stillevens en landschappen.

Info: Paul de Lussanet | La joie de peindre

Te lief, muf, weinig tegendraads

Het idee is veelbelovend. Een keuze uit de hedendaagse Nederlandse schilderkunst. Het Dordrechts Museum koos 28 kunstenaars. Het uiteindelijke resultaat valt toch wel tegen. Ik was al gewaarschuwd door de vernietigende recensie van Hans den Hartog Jager in het NRC. Geen goede selectie, slecht opgehangen, te veel schilderijen en de dominantie van kale, abstracte werken. De recensent heeft gelijk. Wat mezelf het meeste stoorde was het gebrek aan maatschappelijke betrokkenheid. Het is allemaal  te lief, muf, weinig prikkelend of tegendraads. Maar hoe slecht een expositie ook is. Er valt altijd wel wat te genieten. Sommige figuratieve schilderijen bekoren, zoals het enorme doek van Ronald Ophuis, de mysterieuze werken van Raquel van Haver en een mooie serie kleurrijke, vervormende zelfportretten van Philip Akkerman.

Info: De meest eigentijdse schilderijen tentoonstelling