Een 18de-eeuwse buitenplaats

Beeckestijn is een 18de-eeuwse buitenplaats in Kennemerland. Het landhuis is ontstaan uit een 17de-eeuwse hofstede en is een aantal keren verbouwd door de Amsterdamse regentenfamilies Corver, Trip en Boreel. Het heeft een Lodewijk-XIV pronkgevel met rijke versieringen, wapenschilden en een wijzerplaat. In het interieur zijn het stucwerk van Ignatius van Logteren (1685-1732) in de voor- en achterhal erg fraai. Op het voorplein staan een koetshuis en een stalgebouw. Uniek zijn de tuinen en het park. De verschillende tuinen zijn aangelegd in een geometrische, Franse stijl. In de baroktuin staat een marmeren beeldengroep van Bartholomeus Eggers (1637-1692), afkomstig van de afgebroken buitenplaats Watervliet in Velsen-Noord. In de kruidentuin zijn een slangenmuur en een verscholen 18de-eeuwse Lucretia. Erg bijzonder is de cirkelvormige bloementuin. De hoofdas met de schelpenvijver kijkt uit op het landhuis en is versierd met vier beelden van Artus Quellinus de Oude (1609-1668), waaronder een Venus met Amor. Die stonden ooit op de buitenplaats Vechtestein bij Maarssen. Het parkbos is de eerste 18de-eeuwse Engelse landschapstuin van ons land. Aangelegd tussen 1755 en 1772 door de Duitse tuinarchitect Johann Georg Michael (1738-1800) in opdracht van de Amsterdamse regent Jacob Boreel. Met slingerende wandelpaadjes, de oude Alenbeek met een vijvertje en een neogotische kapel van 1769, het woonhuis van de tuinman. Andere romantische bouwsels in het park, zoals de klassieke colonnade, bestaan helaas niet meer. De kaart van Michael uit 1772 met de tuinen en het park hangt in de gang van het landhuis dat binnenkort opengaat als museumhuis van Vereniging Hendrick de Keyser.

Info:

Buitenplaats Beeckestijn / Vereniging Hendrick de Keyser / Vrienden van Beeckestijn

 

Advertenties

Bauhaus en Nederland

Boijmans van Beuningen in Rotterdam pakt nog één keer flink uit voordat het museum jarenlang dicht gaat voor een grootschalige renovatie. Een tentoonstelling over de wisselwerking tussen Nederland en het Bauhaus. De revolutionaire kunst- en ontwerpschool werd honderd jaar geleden in het Duitse Weimar opgericht door de architect Walter Gropius. Er zijn zo’n achthonderd kunstvoorwerpen te zien: meubels, lampen, foto’s, schilderijen, boekontwerpen, affiches, textiel, maquettes van woningen, servies, zelfs deurknoppen. In het middengedeelte van de expositie komt de geschiedenis van het Bauhaus aan bod. Met onder meer de gedwongen verhuizingen naar Dessau in 1925 en Berlijn in 1932.  Het prachtige Bauhausgebouw in Dessau met de docentenhuizen die ik zo’n tien jaar geleden gezien heb. En de sluiting van de school door de nazi’s in 1933. De hoofdmoot zijn de 23 kleine deelexposities die ingaan op de wisselwerking tussen Nederland en het Bauhaus. Van De Stijl-beweging, de bijdrage van Nederlandse architecten aan de Weissenhofsiedlung in Stuttgart,  pottenbakkerij Het Kruikje in Putten tot de architectonische pareltjes in Rotterdam zoals de Van Nellefabriek, Café De Unie en woonwijk De Kiefhoek.

Info: Nederland – Bauhaus – pioniers van een nieuwe wereld.

Dordtse tekenaar Otto Dicke

Vorig jaar was de 100ste geboortedag van de Dordtse tekenaar Otto Dicke (1918-1984). Reden voor een kleine overzichtstentoonstelling met zo’n 75 werken in het Dordrechts Museum. Dicke leerde zichzelf tekenen. Rembrandt was zijn grote voorbeeld. Het zijn prachtige tekeningen. Trefzekere lijnen. Van idyllische Hollandse landschappen. Stadsgezichten van zijn geliefde Dordrecht. Niet alleen met bekende gebouwen zoals De Grote Kerk en de Groothoofdspoort. Otto Dicke tekende ook afbraakpanden als een protest tegen de sloopwoede van de stadsbestuurders. Fraaie portretten zijn er te zien. Grappige gekleurde cartoons en boekillustraties. En heel bijzonder zijn de tekeningen van zijn reis in 1957 naar Japan.

Info: Otto Dicke – Tekenaar 1918-1984

Schilder van contrasten

Een mooie overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Alkmaar over Piet van Wijngaerdt (1873-1964).  Zo’n zestig schilderijen zijn er te zien. Landschappen, bloemstillevens, zelfportretten en figuurstukken. De Amsterdamse schilder maakte in het begin gezapige landschapjes en schilderde korte tijd in een luministische stijl. Maar rond 1912-1913 kwam hij in de ban van het modernisme. Onder invloed van de Franse kubist Henri Le Fauconnier ontwikkelde hij een eigen donkere en krachtige schildersstijl. Expressief. Met scherpe contrasten tussen donkere en gekleurde vlakken. Hij werd de grondlegger van het kubistische expressionisme van de latere Bergense School. Na 1920 verschijnen er ook figuren in Van Wijngaerdts schilderijen en worden de afmetingen groter. De schilderijen uit deze periode met scenes uit het boerenleven zijn de mooiste werken op de expositie.

Info: Piet van Wijngaerdt – grondlegger van de Bergense School