Kasteel Doornenburg

Kasteel Doornenburg is een van de grootste kastelen van ons land. De hoofd- en voorburcht zijn met elkaar verbonden door een smalle houten brug. Het diende als verdediging tegen de Noormannen en was het domein van de Gelderse graven. Het kasteel is nooit ingenomen door een belegering. In 1936 kocht de Enschedese textielbaron Van Heek het sterk vervallen kasteel en restaureerde het. In de oorlog was het een hoofdkwartier van de Duitsers. Begin 1945 werd het kasteel door Engelse bommen totaal vernield. Alleen de kapel bleef gespaard. En de oven in het keldergewelf. Van Heek bouwde het complex weer helemaal op. Bekend is het kasteel vooral van de opnames van de populaire tv-serie Floris in 1968. Bijzonder is ook de kasteelboerderij die tot een paar jaar geleden nog in bedrijf was. De hoofdburcht heeft negen woon- en verblijf vertrekken. Een heel enthousiaste gids leidt een groepje van vijfentwintig bezoekers rond in de keldergewelven met de grote waterput, de Ridderzaal en de zaal met het Magische Zegel. In de 16de-eeuw aangebracht in een baksteen. Die komt niet uit Doornenburg maar was onderdeel van het bouwpuin dat gebruikt werd voor de herbouw. Bijzonder is ook de enorme maquette van het kasteel tijdens een belegering op de zolder. Buiten is de trainingsdag van het Doornenburgse Garnizoen bezig. Ze trainen met paarden en middeleeuwse vechtkunsten.

Advertenties

Stadsgezichten Amsterdam

Een bijzondere tentoonstelling in het Amsterdamse Stadsarchief aan de Vijzelstraat: 18de-eeuwse tekeningen van de stad. De Dam, Amstel, grachten, stadspoorten en kerken. Getekend in vaak prachtige kleuren door onder meer Jacob Cats, Reinier Vinkeles en Hermanus Petrus Schouten. Niet alleen de architectuur, ook de vele figuren imponeren. Mensen van alle rangen en standen doen van alles. Je kunt er uren naar kijken. Eventueel met een loep. Het is wel een geïdealiseerd beeld van de stad. In de geest van het classicisme van die tijd. De welvaart in de tweede helft van 18de eeuw ging voor een groot deel van de bevolking flink achteruit. Van verval, smerigheid en armoede is op de tekeningen echter niets te merken. Het is altijd mooi weer. En zelfs de bedelaars zien er fris uit. Wat ook opvalt: het vervoer gebeurde vaak met sleden. Een absolute aanrader, zeker voor liefhebbers van de hoofdstad.

Info: Kijk Amsterdam 1700-1800 – De mooiste stadsgezichten

De Stevenskerk van Nijmegen

De hooggelegen Stevenskerk domineert al eeuwen de Nijmeegse skyline. In Museum Het Valkhof zijn dertig prenten uit de eigen collectie te zien vanaf de 18de eeuw tot heden. Met onder meer de imposante kerktoren, de oude sacristie, het bijzonder fraaie zuidportaal en de verwoesting tijdens het bombardement op 22 februari 1944. De Stevenskerk is ook prominent aanwezig op de enorme vogelvluchttekening van Ben Luderer. Hij tekende een groot deel van het vooroorlogse Nijmeegse centrum. Luderer werkte bijna vijftig jaar met veel precisie aan de meterslange tekening. Een uniek kunstwerk.

Info: De Stevenskerk  /  Ben Luderer – Uit liefde getekend.

Russische pracht en praal

Catharina II (1729-1796) heerste maar liefst 34 jaar over Rusland. De Duitse prinses kwam in 1762 aan de macht na de moord op haar man tsaar Peter III. De eeuw van de Verlichting. Ze correspondeerde met de Franse filosofen Voltaire en Diderot. Hervormde het enorme Russische Rijk en breidde het uit met de de Krim en de oostelijke delen van het voormalige Poolse koninkrijk. In de tentoonstelling in het Hermitage Amsterdam komen de achtergronden van Catharina’s politiek zeer oppervlakkig aan bod. Het is vooral de pracht en praal die overheerst. Schilderijen en marmeren borstbeelden uit haar kunstcollectie. Enorme staatsieportretten. Portretten van de minnaars (ze had er twaalf) Grigori Orlov en Potjomkin, haar zoon, buitenechtelijke zoon, kleinkinderen en verschillende staatsmannen. Ook zijn een aantal bijzondere attributen te zien: een replica van de speciaal voor Catharina gemaakte tsarenkroon, haar schrijftafel, een blauwe en groene uniformjapon, gesneden edelstenen en delen uit het Berlijnse dessertservies, een cadeau van de Pruisische koning Frederick de Grote.

Info: Catharina de Grootste. Zelfgeslepen diamant van de Hermitage

De 766 toert weer door het land

Zaterdag 17 december was de Oliebollenrit van de Stichting Hondekop. Het vierdelige stel 766 is de langste museumtrein van ons land. Gebouwd in 1960 reed de trein vooral sneltreindiensten. Twintig jaar geleden na de laatste rit voor NS overgenomen door een groep enthousiaste vrijwilligers. De laatste opknapbeurt duurde vijf jaar. In juli was weer de eerste donateursrit. En nu opnieuw een rondje door het land. Bomvol. Negen uur treinen. De start was in Utrecht. En via stops in onder meer Amsterdam, Uitgeest, Haarlem, Waddinxveen, Hoek van Holland Haven, Roosendaal en Den Bosch weer terug naar de Domstad. Een prachtige rit. Met veel verbazende reizigers langs de route. En spoorspotters die soms halsbrekende toeren op ladders uithaalden voor het mooiste plaatje.

Info: Stichting Hondekop

Amsterdamse monumenten

Mijn keuze van Open Monumentendag in Amsterdam. Felix Meritis. Het classicistische gebouw uit 1788 voor het genootschap ter bevordering van kunst en wetenschap. Ontworpen door Jacob Otten Husly. De ovale concertzaal was tot ver in de 19de eeuw de belangrijkste muziekzaal van de hoofdstad. Erg indrukwekkend zijn de zuilenzaal op de 1ste verdieping en het grote trappenhuis. Het observatorium op het dak biedt een prachtig uitzicht over de stad. Volgend jaar start een grootschalige renovatie van het gebouw. Er is trouwens geen spoortje meer te bekennen van het communistische verleden. De CPN en de redactie van het dagblad De Waarheid zetelde van 1947 tot 1981 in het enorme pand. Het werd bestormd tijdens de Hongaarse opstand in november 1956.

Huis Bartolotti werd in 1618 gebouwd voor de schatrijke Amsterdamse koopman Willem Bartolotti van den Heuvel. De rijk versierde gevel in renaissance-stijl is een ontwerp van de architect Hendrick de Keyser. Er is knap gebruik gemaakt van de knik in de gracht. De gelijknamige stichting heeft er nu zijn kantoren. In het voorhuis zijn schilderingen te zien van Jacob de Wit uit 1735. Erg fraai is de Grote Zaal van het 18de eeuwse achterhuis. Met verborgen boekenkasten en kleurrijke (plafond)schilderingen van Jurriaan Butner.

Het gebouwencomplex de Oudemanhuispoort uit 1601 was een bejaardenhuis voor arme mannen en vrouwen. Fraai is het beeldhouwwerk boven de poort uit 1786. In de 19de eeuw vestigde zich er de Rijksacademie en de voorloper van het Rijksmuseum. Sinds 1880 zit er de Amsterdamse universiteit. De nieuwe gevel uit 1927 in de stijl van de Amsterdamse School aan de Kloveniersburgwal wordt De Schaats genoemd. In het trappenhuis flonkert een enorme muurschildering uit 1951 van Peter Alma, bekend van een wandschildering in het Amstelstation. In de Oudemanhuispoort is de geschiedenis van de wetenschap afgebeeld over drie verdiepingen. Met portretten van mannelijke geleerden en één vrouw.

De Koninklijke Wachtkamer.  In station Amsterdam Centraal,  de kathedraal, gebouwd tussen 1881 en 1889 naar ontwerp van de Roermondse architect Pierre Cuijpers. Koning Willem III vond het allemaal veel te katholiek en zette nooit een stap in de wachtruimte. Prachtig zijn de kleurrijke vloertapijten met afbeeldingen van leeuwen en de vier elementen. De wachtkamer is het laatst gebruikt door koningin Beatrix en kroonprins Willem-Alexander in 2012. In de toekomst worden de deuren in het trappenhuis van glas en kan men vanaf het stationsplein een blikje naar binnen werpen.

Einde van een kunstcollectie

Het middeleeuwse kasteel Heeswijk in Noord-Brabant. De plek van één van de meest bizarre verhalen over de teloorgang van een kunstcollectie. Baron André van den Bogaerde kocht het kasteel in 1835. Knapte het op, ging er wonen en toonde er zijn collectie schilderijen, curiosa en antiquiteiten. Na de dood van de baron gingen zijn zoons Louis en Alderic door met verzamelen. Tussen 1870 en 1875 werd er voor de uitdijende collectie een wapenzaal en ijzertoren gebouwd. Het publiek stroomde massaal toe, ook vanuit het buitenland. Musée de Bogaerde werd een begrip. Alderic overleed in 1895 en liet alles na aan de kleinkinderen van zijn overleden broer Amedée. Die was kamerheer van koning Willem II geweest maar wegens zijn levensstijl en grote schulden door de familie onterfd. Wellicht was dat de reden voor een bizar testament. Het kasteel mocht pas weer bewoond worden als de jongste erfgenaam tachtig jaar was, in december 1963. Een rechtszaak van de erfgenamen haalde weinig uit. Wel kregen ze de zeggenschap over de roerende goederen met uitzondering van de familiestukken. Tussen 1897 en 1903 werd het overgrote deel van de kunstcollectie in openbare veilingen verkocht. Het kasteel werd uiteindelijk niet meer bewoond, maar de meeste vertrekken zijn gerestaureerd. Alles ademt weer geschiedenis. Fraai zijn de witte kamer met het zijden behangsel, het plafond van de torenkamer met 81 Chinese porseleinen bordjes en de tinnen kamer met een handjevol van de 250 middeleeuwse beelden uit de kunstcollectie. In de tuin, in 1932 ontworpen in de Oudhollandse 17de eeuwse stijl door Lodewijk Copijn, staan mooie wit marmeren beelden. Overal in en rondom het kasteel kom je mooie verhalen tegen. Bizar is het lot van het zwart-witte barokke altaar van 1620 uit de Sint-Jan in Den Bosch. Jonkheer Louis kocht het van het kerkbestuur na de neogotische herinrichting van de kathedraal. Maar het altaar was te groot, paste nergens en werd ontmanteld. Sommige onderdelen werden ingemetseld in de wapenzaal. Andere delen verkocht. Het schilderij is te bewonderen in het Louvre. Twee engelen zijn teruggevonden en weer te zien in de Sint-Janskathedraal. Rondom het kasteel Heeswijk liggen de vier grote zuilen. Te gebruiken als zitbankje.

Info: Kasteel Heeswijk