Een fantastische titanenstrijd

Het is een erg fraaie tentoonstelling in het Rijksmuseum in Amsterdam. Spaanse en Nederlandse meesters uit de 17de eeuw naast elkaar. Onder meer Rembrandt, Jan Lievens, Frans Hals, Johannes Vermeer tegen  Velázquez, Francisco Ribalta, José de Ribero en Bartolomé Murillo. Een fantastische titanenstrijd. Katholiek tegen protestant. Kerk en het Hof tegen kooplieden, regenten en gewone burgers. Totaal uiteenlopende maatschappijen. En dus zijn er zichtbare verschillen, maar ook opvallend veel overeenkomsten in stijl. Verklaarbaar doordat de schilders uit beide landen zich baseerden op de Italiaanse voorgangers en vernieuwers zoals Caravaggio en Titiaan. Enig minpuntje: het is ontzettend druk in de zalen van de Philipsvleugel.

Info: Rembrandt – Velázquez. Nederlandse en Spaanse meesters.

Kees Verwey en zijn idolen

Het was opvallend rustig in de museumzalen. Wellicht kwam het doordat Dordrecht dit weekend niet met de trein bereikbaar was. Want de tentoonstelling geeft een heel aardig beeld van de kunstenaar Kees Verwey (1900-1995). Ondanks de opkomst van de avant-garde bleef hij schilderen in een laat-impressionistische stijl. Portretten, bloemstillevens en atelierinterieurs. De latere werken zijn expressionistischer, kleurrijker. Verwey liet zich beïnvloeden door talrijke kunstenaars, waarvan werken te zien zijn. George Hendrik Breitner, Isaac Israëls, Floris Verster, de Franse impressionist Edouard Vuillard, Pablo Picasso, Georges Braque en de Cobra-kunstenaars. In de laatste zalen hangen aquarellen en dertig fraaie tekeningen die Verwey maakte van de schrijver en theoreticus Anthony Kok. Het is jammer dat de originele tekeningen inmiddels zijn vervangen door reproducties.

Info: Kees Verwey en zijn idolen

Niet alles is even virtuoos…

Het valt een beetje tegen. De tentoonstelling Virtuoos! in het Frans Hals Museum, locatie Hal. Bij het woord denk ik vooral aan subliem schilderwerk. Voor een aantal schilderijen in de Vleeshal geldt dat zeker ook. Met als absoluut hoogtepunt het groepsportret van Thérèse Schwartze. Hoe zij met enkele verfstreken de jurken tot leven brengt is fenomenaal. Ook de losse toets van Isaac Israëls – alhoewel er iets te veel van hem te zien is –  het liggend naakt van George Hendrik Breitner en het zelfportret van Kees Verwey zijn prachtig geschilderd. Op de twee verdiepingen wordt het langzaam minder interessant. Of beter gezegd: anders. Virtuoos in de zin van erg goed geschilderd? Nee. Maar de verf is wel met volle expressie op het doek gezet. Er zijn kleurrijke schilderijen te zien van de Cobra-beweging, Lucebert, Jan Cremer en Ger Lataster. Van de hedendaagse kunstenaars zijn er maar enkelen die echt overtuigen. Zoals de wild geschilderde bananen van Wieske Wester en de kleurenexplosies van Frank van Hemert.

Info: Virtuoos! Israels tot Armando

Britse Realisten in Interbellum

Museum More in Gorssel toont een uitgebreid overzicht van Britse figuratieve schilderkunst uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. In de drie zalen op de bovenverdieping zijn 75 werken van 35 kunstenaars, waaronder veel vrouwen, te bewonderen. En eerlijk gezegd, ik kende er niemand van. De kwaliteit is hoog. Vooral sommige portretten zijn schitterend. De roodharige vrouw die patience speelt van Meredith Frampton is prachtig geschilderd, net als haar portret van de Britse historicus Charles Grant Robertson. Met veel aandacht voor de handen en het gezicht. Ook het zelfportret van Stanley Spencer is erg fraai. Natuurlijk zijn er typisch Britse onderwerpen te zien: stadsgezichten, landschappen, het groepsontbijt op een school van Robert Baker of de veemarkt van James Bateman. Opvallend veel werken zijn beïnvloed door stromingen op het Europese vasteland zoals het kubisme, de Nieuwe Zakelijkheid en het Magisch Realisme. De werken van William Roberts doen een beetje aan Pycke Koch denken. Het vrouwenportret bij de heuvels van Gerald Brockhurst zou zo een Carel Willink kunnen zijn. En de schilderijen van Dod Procter hebben iets van de werken in grijstinten van Wim Schuhmacher.

Info: For Real – Britse Realisten uit de jaren ’20 en ’30

Van Goghs vrienden en familie

‘Enigszins mensenschuw’, ‘moeilijk met hem samen te leven’, ‘mensen waren bang voor hem door zijn woeste uitstraling en heftige manier van praten’, ‘een gepassioneerde, bevlogen man, met trekken van een egocentrische dwingeland’. Dit zijn enkele termen over Vincent van Gogh (1853-1890) in de inleiding van een bloemlezing van zijn brieven. Een onplezierig mens, die na een ruzie met Gaugain een stukje van zijn oorlel afsneed en uiteindelijk zelfmoord pleegde. Een geniale gek. Want dat hij een fenomenaal schilder en ook een geweldig brievenschrijver was, staat buiten kijf. Maar niets van dat alles in de tentoonstelling Van Goghs intimi. Het Noordbrabants Museum stelt het negatieve beeld over Van Gogh een tikkeltje bij en dat is een verdienste. De expositie is erg ruim opgezet en biedt een chronologisch overzicht van zijn vrienden, familie, liefdes en modellen. En wat blijkt? Van Gogh woont maar liefst op 23 verschillende plekken. Hij keert vaak terug naar zijn ouders in Noord-Brabant, ontfermt zich over een voormalige prostituee Sien Hoornik die met haar kinderen bij hem intrekt, helpt arme mensen in de Belgische mijnstreek Borinage, geeft tekenlessen, heeft zelfs leerlingen, krijgt steun en hulp van mensen die hij schildert en Van Gogh maakt veel plezier met zijn kunstenaarsvrienden in zijn Parijse periode. Dat alles wordt mooi geïllustreerd. Er zijn tekeningen te zien die Van Gogh maakt van zijn opa , zijn zus Willemien en Sien. Een aandoenlijk schetsboekje voor Betsy Tersteeg, het dochtertje van zijn baas bij kunsthandel Goupil in Den Haag. En een fantastische aquarel van een naaiende Scheveningse vrouw. Bijzonder zijn de lovende briefjes na zijn dood van de schilders Camille Pissarro, Henri de Toulouse-Lautrec en John Peter Russell, waarvan een prachtig portret van Van Gogh te zien is. En natuurlijk zijn er een aantal fraaie schilderijen te bewonderen zoals Van Goghs portretten van Augustine Roulin, Madame Ginoux en een treurende oude man waarvoor de visser Adrianus Zuyderland poseerde. Maar het hoogtepunt zijn de twee kleine schilderijtjes naast elkaar: een zelfportret en een portret van Theo, zijn broer, beste vriend en mecenas.

Info: Van Goghs Intimi – Vrienden, familie, modellen

Leegheid en naderend onheil

De eerste keer dat je langs de werken van de Belgische schilder Luc Tuymans loopt, maken ze niet zo veel indruk. Vaak zijn alleen contouren te zien. Er is weinig kleur. En veel verwarring. Want wat zie je nu precies? Pas als je de teksten in het tentoonstellingsboekje leest, snap je iets van de vervreemdende leegheid in de schilderijen. En het gevoel van naderend onheil. Zoals in de drie kleine doeken The Cry, Suspended en The Servant. Is de omgeving wel zo idyllisch? Of de Anonymous-serie. Bizarre koppen met priemende ogen. De inspiratie haalde Tuymans uit foto’s van gezichtsreconstructies van vermiste mensen. Dan ook wordt de politieke betrokkenheid van de schilder duidelijk. Mayhem is gemaakt na de aanslagen van 9/11. Hij was toen in New York. In een sporthal verschuilen nauwelijks zichtbare personen zich bij een spelletje paint ball achter obstakels. De mensen zijn teruggebracht tot nietige figuurtjes. Net als op de schilderijen van Pieter Brueghel die Tuymans bij thuiskomst op het Belgische vliegveld zag. Indrukwekkend is het triptiek Doha. Drie grote doeken laten lege, blauwe museumzalen in Qatar zien. Ze hangen in één ruimte met een kleiner schilderij van een dolle hond. Een subtiele verwijzing naar islamistisch extremisme.

Info: Luc Tuymans – The Return

Italiaanse schilderkunst

De titel is aanlokkelijk. Sprezzatura, virtuositeit, iets moeilijks met speels gemak doen. De tentoonstelling over de Italiaanse schilderkunst tussen 1860 en 1910 in het Drents Museum is ook mooi vormgegeven. Verschillende schilders en stromingen komen in zeven zalen voorbij. Werken die het Risorgimento, de periode van de eenwording van Italië, propageren. De vlekkenschilderijen van de Macchiaioli. De realistische werken die armoede, honger, ziekte en dood verbeelden. Met arme boeren, bedelende kinderen en eenzame ouderen. En de vlucht van de socialistisch georiënteerde kunstenaars in het symbolisme na de felle reacties van de Italiaanse overheid op de volksopstanden van 1898. Maar niet alle ruim zeventig schilderijen zijn even goed en interessant. De titel is ietwat misleidend. Toch is er veel fraais te zien. Zoals de doeken met dikke, klodderige verflagen van de ‘geniale gek’ Antonio Mancini, een aandoenlijk slapend meisje van Federico Zandomeneghi of de in prachtige kleuren geschilderde begrafenisstoet van Francesco Paolo Michetti.

Info: Sprezzatura – vijftig jaar Italiaanse schilderkunst (1860-1910)